top of page

Sarajevo: een mix van Oost en West

Na afscheid te hebben genomen van de Kroatische zee, was het tijd voor een citytrip in een onbekend land: Bosnië en Herzegovina. Een gebied met een rijke geschiedenis, waar wij nog nooit waren geweest en waar de prijzen een stuk lager zouden zijn. Met gezonde spanning begonnen we aan de rit door de bergen.


We dachten dat onze eerdere busritten al spectaculair waren, maar de busrit van Split naar Sarajevo sloeg alles. We verbaasde ons over hoeveel verschillende kleuren groen een landschap kon hebben. We reden over uitgestrekte vlaktes waar de witte wieven boven het gras dansten. De stokoude bus manoeuvreerde zich door haarspeldbochten en langs diepe afgronden. ‘Prachtig’ vond Julian, maar het laatstgenoemde zorgde er toch voor dat ik mijn riem voor de zekerheid even vastklikte. Met geknepen billetjes bewonderde we het uitzicht.


In looppas richting het appartement

De rit van zo’n 280 km lang was dus prachtig, maar duurde langer dan gedacht. Met 2,5 uur vertraging kwamen we aan bij het busstation in Sarajevo. Het was ondertussen al kwart voor tien ’s avonds en het was maar tot tien uur mogelijk om in te checken bij ons appartementje voor de komende dagen. Openbaar vervoer was er niet en omdat we in de andere kant van de stad moesten zijn, hebben we het flink op een lopen moeten zetten. In het donker probeerden we ons de stad voor te stellen. Hoge gebouwen torende boven ons uit. Deze stad leek veel groter dan we van tevoren gedacht hadden.


Zuchtend lieten we ons op onze bedden in ons appartementje vallen. We hadden het gered. ‘De Bosniërs zijn ongelooflijk lieve en grappige mensen’, had de vorige hosteleigenaresse gezegd. Dat bleek te kloppen. Toen wij om klokslag tien uur aanbelde, opende een vriendelijke, oude man, vrolijk de deur. Dat was fijn binnenkomen.


Littekens van ‘92

De volgende morgen werden we wakker van een ochtendzonnetje dat door de ramen scheen. Tijd om de stad in het daglicht te bewonderen. Het is een prachtige stad met veel hoge, gekleurde gebouwen met veel tierelantijntjes. Wat opviel, was de hoeveelheid kogels en granaten die de gebouwen hebben doorzeefd tijdens de oorlog die vanaf 1992 in de stad woedde. Deze oorlog zou zo’n vier jaar duren en de littekens zijn nog steeds op bijna elk gebouw zichtbaar. Tijdens het beleg van Sarajevo is de stad verwoest door granaten, bommen, kogels, etc. Regelmatig keken we met open mond naar de matig herstelde gebouwen (de gaten zijn gewoon opgevuld met cement). Met de huidige oorlog in Oekraïne in het achterhoofd liet dit een behoorlijke indruk op ons achter. De schade aan gebouwen die de stad dagelijks herinneren aan het leed van de oorlog, kennen wij in Nederland helemaal niet.


Een duidelijke grens

Het bijzondere aan Sarajevo is, dat het centrum verdeeld is in twee gebieden: het Oosten en het Westen. De grens tussen deze twee gebieden is heel duidelijk aangegeven door middel van tegels op de grond.


Het Oosten, Baščaršija, is een gedeelte, dat van oudsher het kloppende hart was van de stad. De pittoreske gebouwtjes, die door de Ottomanen zijn ontworpen, zorgen voor échte oosterse sferen. Je kan eindeloos ronddwalen door de nauwe straatjes en dit hebben wij dan ook zeker gedaan.

Het Westen van de stad is het ‘moderne’ gedeelte van Sarajevo, waar je heerlijk kunt shoppen en waar je op elke hoek een kopje koffie kunt drinken. Bier kennen ze in Sarajevo helaas bijna niet. Wanneer je een stad zoekt waar je aan het eind van de dag kan uitpuffen met een biertje in de hand, is dit dus niet helemaal de plek waar je moet zijn.


De stad zit nog steeds midden in de wederopbouw. Dit is te zien aan de hoeveelheid werkzaamheden die er op dit moment zijn, maar ook aan het tram netwerk: Sarajevo is een grote stad, maar kent maar één trambaan. Deze tram rijdt alleen heen en weer door het centrum. Als toerist is het makkelijk om van deze tram gebruik te maken, want er is vrijwel geen controle op kaartjes. Wij hebben vaak het voorbeeld gevolgd van de locals die gratis gebruik maken van het tramnetwerk. Niet helemaal ethisch verantwoord, maar vriendelijk voor onze bankrekening.


* Tekst gaat verder onder de foto's

Links: het 'moderne' Sarajevo Rechts: het door de Ottomanen ontworpen Sarajevo


Een fanatiek potje voetbal

Na een hele dag te hebben besteed aan het ontdekken van de Bosnische stad, nam Julian mij op sleeptouw naar een Europese kwalificatiewedstrijd van de Conference League. AZ zou het opnemen tegen FK Tuzla City en het beloofde een spannende wedstrijd te worden. De entree was gratis, maar dat zorgde er wel voor dat we in het vak van de Bosnische aanhang terecht zouden komen. Vooraf had Julian mij al gewaarschuwd voor het fanatieke Bosnische publiek, wat al in de voorbereiding van de wedstrijd bevestigd werd.


“Als iemand ons vraagt waar we vandaan komen, zeggen we gewoon dat we uit Duitsland komen”, vertelde ik Julian. Gedurende de hele wedstrijd hebben wij netjes geklapt, gejuicht en geknikt wanneer FK Tuzla City een ‘goede move’ maakte, uit angst voor de grote brede Bosniërs die om ons heen zaten. Zenuwachtig gaven we elkaar af en toe een glimlachje wanneer AZ scoorde. De Nederlandse voetbalclub maakte de Bosnische club namelijk flink in: AZ won met 4-0. De hele ambiance tussen de Tuzla-aanhang zorgde voor een onvergetelijke aanhang. Wat was dit een ervaring zeg. Ook zonder voetbalkennis is zo’n evenement als een voetbalwedstrijd dé uitgelezen kans om je echt tussen de locals te begeven.


Het gebed van de imam

Na wat door de stad te hebben gestruind, besloten we de laatste dag een kijkje te nemen in de Baščaršija Mosque die in het Ottomaanse gedeelte van de stad staat. In Sarajevo hoorden wij vijf keer per dag de oproep voor het gebed. Net na het gebed van vijf uur vertrokken we naar de ingang van de gebedsplaats. Ik mocht een doek uitzoeken die ik over mijn hoofd moest leggen, om het gebouw te mogen betreden. Ik kon veel verschillende kleuren kiezen, uiteindelijk is het een pimpelpaarse doek met stippen geworden. Dat kleurde mooi met mijn knal groene shirt (LEES: Mijn kledingblunders en hoe jij ze kan voorkomen).


Voor mij was het dragen van een hoofddoek iets nieuws. Ongemakkelijk vouwde ik het doek open om het vervolgens op de verkeerde manier, als een theedoek, over mijn hoofd te leggen. Het zag er, op zijn zachts gezegd, belachelijk uit. “Mag ik je helpen?”, vroeg de man die ons binnen zou laten. “Ja natuurlijk!”, antwoorde ik opgelucht, want ik wist niet meer wat ik met het pimpelpaarse stuk stof aan moest. Behendig vouwde de man het doek om mijn hoofd. “Meestal dragen de vrouwen het zo”, vertelde hij me.


Nadat we onze schoenen uit hadden gedaan, mochten we het gebouw betreden. Wij waren nooit eerder in een moskee geweest. Het eerste wat ons opviel was het zachte tapijt dat de vloer van de moskee bedekte. Toen we iets verder doorliepen en we om ons heen keken viel onze mond letterlijk open. Boven ons bevond zich een enorme beschilderde koepel, om ons heen waren nog een aantal mensen aan het bidden en voor in het gebouw stonden grote kaarsen. Het was prachtig.


De man die ons binnen had gelaten bleek een imam te zijn van deze moskee. Een imam is te vergelijken met een priester van de katholieke kerk. Deze imam heeft ons kennis laten maken met de Islam. Zo legde hij uit hoe een gebed eruit ziet in de moskee, op het moment dat wij buiten het gezang uit moskeeën horen komen. Als kers op de taart liet hij ons horen hoe de laatste alinea van het gebed klinkt. Prachtige klanken vulde de ruimte en vol bewondering keken wij naar de biddende imam. Ongeacht je eigen geloofsovertuiging was dit een bijzondere ervaring.


Na twee mooie dagen doorgebracht te hebben in deze bijzondere stad, werd het tijd om verder te trekken. Met de bus vertrokken we richting Mostar, een kleiner plaatsje in Bosnië en Herzegovina.



Een kleine impressie van Sarajevo:




Het gebed van de imam


Mannen en vrouwen bidden apart van elkaar



De Baščaršija Mosque



De binnenkant van de Baščaršija Mosque



Het plein in Baščaršija



Eén van de vele bijzondere winkeltjes

29 weergaven3 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
Post: Blog2 Post
bottom of page