top of page

Julian's eerste hostelervaring: 'IJskoud'



Gister, na onze lange eerste reisdag, sliepen wij in het hostel The Tent in München. Nadat we twee treinen hadden gemist door vertragingen  en we van 9 uur sochtends tot 1 uur s'nachts over het spoor hadden gereisd, konden we niet wachten om in een bedje te liggen. Onze nekkussentjes deden wat ze moesten doen, maar er is niks lekkerder dan jezelf na een lange reisdag achterover te laten vallen op bed.


Tijdens de laatste tramrit, die ons vanaf het station richting het hostel bracht, begonnen we te knikkenbollen en werden onze ogen steeds zwaarder. "Hoor je ons bedje al roepen?", vroeg ik Julian semi enthousiast. "Nog niet echt eigenlijk", antwoordde hij, "Het is best wel spannend, ik heb géén idee waar we terecht gaan komen".


Tijdens de korte wandeling van de tramhalte naar het hostel, kwam ons vrolijk stemgeluid en gelach tegemoed. Enthousiast pakte we elkaars hand vast. Eenmaal op het terrein brandde er een kampvuur dat werd omringt door jongeren met een biertje in de hand. Het had veel weg van een groep 8-kamp, maar dan voor de wat ouderen.


De tent

We konden inchecken bij een goedgehumeurde Duitser.

Wanneer hij zag dat we maar één nacht zouden blijven, schudde hij lachend zijn hoofd: "Eén dag is te weinig om het hier écht te ervaren."Na alle formaliteiten geregeld te hebben kregen we een stapel kriebeldekens in onze handen geduwd. "Zoek maar gewoon een leeg bed uit", vertelde een medewerker. We volgde hun verdere aanwijzingen en liepen voorzichtig de grote tent in waar we deze nacht zouden verblijven.


De ogen van Julian gingen wijd open toen hij de eerste stap binnen zette. "Oh shit." In de reusachtige tent stonden wel een stuk of honderd stapelbedden. Bijna allemaal al bezet. Vind daar maar eens een plek. "Ik wil niet boven liggen hoor", maakte hij duidelijk. "Straks val ik er uit". Helaas was hij niet de enige met deze angst: alle onderste bedden waren bezet.


'We zijn echte reizigers...'

Na meerdere rondjes tussen de slapende medereizigers te hebben gelopen, besloten we twee bovenste bedjes te bezetten die netjes naast elkaar stonden. Het kon niet anders. Bovendien zouden we alle slapende mensen om ons heen wakker maken als we nog langer met onze bergschoenen over de houten platen zouden banjeren.


Zo stil mogelijk heesen we ons in de krakkemikkige stapelbedjes en lieten we ons in de kuil van ons doorgezakte matras ploffen. 'Alles beter dan zittend slapen, we zijn échte reizigers', bleef ik mezelf herinneren. Nadat ik onbedoeld luidruchtig mijn reiskussentje op had geblazen en mijn oordoppen diep in mijn oren had gestoken, was het tijd om te gaan slapen.


De grote hoeveelheid dekens kregen we blijkbaar niet voor niets. Het was ijskoud.  Mijn 'stapelbedgenoot' zal wel uit zijn bed zijn gerold door mijn rillen. Ik probeerde de prikdekens tot ver over mijn oren te trekken, maar dat resulteerde helaas alleen in koude tenen.


De 'morning after'

"Goedemorgen." Julian keek me slaperig aan vanuit zijn bed. "Hoe heb je geslapen?" Ik denk dat mijn blik genoeg zei. Het voelde alsof ik drie nachten achter elkaar was doorgezakt in de kroeg. Samen gniffelde we stilletjes om te voorkomen dat we anderen met ons gelach zouden wekken.


Als twee stijve harken klommen we weer uit het bed om vervolgens een aantal rek en strek oefeningen uit te voeren. Gebroken liepen we naar buiten. Gelukkig werden we begroet door een lekker warm zonnetje, waarbij we een heerlijk kopje koffie met een broodje konden verorberen bij het bijbehorende cafeetje. En dat voor maar 3,-. De ochtendzon maakte veel goed.


Uitchecken ging gelukkig vliegensvlug. "Wat ben ik blij om hier weer weg te zijn", zuchtte Julian lachend. Toch hadden we deze ervaring voor geen goud willen missen. 'Een leuk verhaal voor later', zeggen we dan.


 







81 weergaven3 opmerkingen
Post: Blog2 Post
bottom of page